Kendo
Uit SFB Sword Facts
Kendo betekent letterlijk: “de weg van het zwaard”. Het is een moderne variant van het traditionele zwaardvechten (kenjutsu) zoals het vroeger werdbeoefend door Bushi (elite-soldaten) of samoerai. Kendo is in de zestiende eeuw ontstaan uit diverse technieken.
Kendo is een dynamische full-contact sport. Kendoka’s vechten in beschermende kleding met bamboe zwaarden, de zogenaamde shinai. Tijdens een gevecht moet een kendoka elke beweging van zijn tegenstander in de gaten houden en intuïtief de juiste acties ondernemen, want tijd om te denken, te wachten en adem te sparen is er niet. Dit vereist veel training, een ononderbroken concentratie en een hoge mate van zelfbeheersing. Hiertoe is men alleen in staat als lichaam en geest met elkaar in harmonie zijn.
Daarom is kendo in eerste instantie een gevecht met jezelf. Je hoeft dat gevecht niet te winnen, als je het maar niet verliest.
In het moderne kendo zijn twee soorten aanvallen: slagen en stoten. Slagen zijn alleen toegestaan op bepaalde delen van het lichaam: de bovenkant en slapen van het hoofd, de rechter- en linkerzijde van het lichaam en de onderarmen. Stoten mogen alleen op de keel zijn gericht; of op de bovenkant van de borstplaat, bij wijze van verdediging, of om de tegenstander weg te stoten om daarna naar bijvoorbeeld het hoofd aan te vallen. Aangezien een verkeerd geplaatste stoot op de keel verwondingen kan veroorzaken wordt deze techniek op beginnerniveau normaal nog niet toegepast, maar pas later geïntroduceerd.


