Ninjutsu

Uit SFB Sword Facts

Ga naar: navigatie, zoeken
Ninjutsu betekent letterlijk “de kunst van het verbergen. Het is een kleine duizend jaar geleden ontstaan. Destijds waren de samoerai oppermachtig.

De ninja’s (ook wel ninjutsuka) dienden de samoerai niet en vluchtten de bergen in, waar ze zich trainden in krijgskunsten. Door de eeuwen heen trainden ze zich eigenlijk in alle krijgskunsten die destijds in die regio bekend waren. Zo leerde de ninja te vechten om te overleven. Als hij faalde wachtte hem vrijwel zeker de dood. Grofweg valt de training van een ninja uit te splitsen in acht methoden:

1. Tai jutsu - de ongewapende gevechtsmethode.

2. Hichojutsu - spring- en klimmethoden.

3. Bojutsu - stok- en stafvechten.

4. Kenjutsu - zwaardvechten en werpen.

5. Kusarijutsu - ketting en touwwapens.

6. Goton-Po - het gebruik van natuurlijke elementen.

6. Omshinjutsu - de kunst van vermomming en onzichtbaarheid.

7. Heiho - militaire tactieken.

De principes zijn altijd hetzelfde; behendig voetenwerk, kracht en snelheid zijn essentieel. De vechtstijl van de ninja is een serie vloeiende, eenvoudige bewegingen, niet een systeem van uitgebreide en complexe technieken. De essentie van ninjutsu is eenvoud. De ninja's geloofden sterk in hun persoonlijke vrijheid en de loyaliteit naar hun familie en op de laatste plaats kwam pas de overheid aan de beurt. Dit in tegenstelling tot de Samoerai waar de overheid op de eerste plaats stond.

Persoonlijke instellingen