Zwaard
Uit SFB Sword Facts
Een pagina over zwaarden kan natuurlijk niet ontbreken op deze zwaardenwiki.
Een zwaard wordt over het algemeen gedefinieerd als een wapen dat:
- in de hand gehouden wordt tijdens het gevecht
- een langwerpig blad (kling) als voornaamste onderdeel heeft
- onder het blad geen verlengstuk heeft met als doel het bereik te vergoten (zoals bijvoorbeeld een hellebaard)
- het op zijn minst geschikt is om te houwen en te snijden (hoewel algemeen wordt verondersteld dat men er ook mee kan steken en pareren)
Geschiedenis
Zwaarden behoren tot de eerste voorwerpen die puur als wapen zijn bedoeld en niet zijn ontstaan uit werktuigen of als middel voor de jacht (zoals bogen en messen). De oudste zwaarden stammen van 3300 v.Chr. en zijn gevonden in Turkije. Dit waren koperen zwaarden. De eerste zwaarden in Europa ontstonden pas in de Bronstijd, en waren eerder uit de kluiten gewassen dolken of messen. Het oudste Nederlandse zwaard in stamt uit 1700 v.Chr., en is gevonden in het graf van de Hoofdman van Drouwen.
Later veranderde de vorm van het zwaard, waardoor het zowel als slag- als als steekwapen gebruikt kon worden. Met de introductie van het ijzer in de IJzertijd, niet lang daarna konden zwaarden ook gesmeed worden in plaats van brons dat alleen gegoten werd. De eerste ijzeren zwaarden hadden dezelfde vorm als de bronzen zwaarden. Het ijzeren zwaard was aanvankelijk nauwelijks beter, vaak zelfs slechter van kwaliteit. Later in de ijzertijd kregen zwaarden een lange, rechte kling. Dit waren de zogenaamde spatha's, ook wel gezien als ruiterzwaarden. Dit type zwaard bleef tot ver in de Middeleeuwen in gebruik. De Romeinen gebruikten naast de spatha ook de gladius, een kort en breed steekzwaard.
Aanvankelijk varieerde het staal sterk in kwaliteit. Tijdens de Romeinse tijd werd hoger koolstof-staal samen met lager koolstof-staal gecombineerd in zwaarden. In de vroege Middeleeuwen was dit een algemeen gebruik. Door het in elkaar draaien van stroken hoog en laag koolstof-staal, kreeg het zwaard een fraai donker en licht streepjespatroon, ook wel damaststaal genoemd. De Vikingen introduceerden naast dit damaststaal ook het monostaal. Dit betekende dat het hele zwaard uit een hoge kwaliteit staalsoort werd gemaakt, en dus niet meer het streepjespatroon had. In de late Middeleeuwen in Europa werd alleen nog monostaal gebruikt. In Aziƫ daarentegen werd nog veel langer damaststaal gebruikt.
In de Middeleeuwen kreeg het zwaard de meest bekende vorm, een lange slanke kling, een lange dwarsbescherming voor de pols en een handvat met massieve metalen knop voor balans. Zwaarden na de Middeleeuwen kregen een nog meer effectieve bescherming van de hand, die de hele hand bedekte. Dit waren de zogenaamde sabels, zwaarden met een dunne gekromde en eenzijdige kling. Het zwaard is nog eeuwen lang naast vuurwapens gebruikt, maar werd uiteindelijk volledig vervangen als wapen.

